Joodse kalenderdagen

Rabbi Eliëzer zei: Op een feestdag kan een mens óf eten en drinken, óf zitten en studeren.
Rabbi Jehosjoea zei: Hij moet de dag verdelen: de ene helft besteden aan eten en drinken, en de andere helft aan het studiehuis.
Rabbi Jochanan zei: Beiden (Rabbi Eliëzer en Rabbi Jehosjoea) hebben de Schrift uitgelegd.
Een vers zegt: „Een feestverzameling voor HaSjem, uw G’d“ (Deuteronomium 16:8).
Een ander vers zegt: „Een feestverzameling zal voor u zijn.“ (Numeri 29:35).
Rabbi Eliëzer vond dat de dag óf volledig „voor HaSjem“ óf volledig „voor u“ moest zijn.
Rabbi Jehosjoea vond echter dat hij verdeeld moest worden: voor de helft „voor HaSjem“ en voor de andere helft „voor u“. – Talmud Bavli Pesach 68b

Wekelijkse en maandelijkse dagen

  • Sjabbat (שבת) – De wekelijkse rustdag, van zonsondergang op vrijdag tot zonsondergang op zaterdag, gewijd aan gebed, Tora-studie, rust en familie.
  • Rosj Chodesj (ראש חודש) – De nieuwe maan, het begin van elke Joodse maand, gemarkeerd door speciale gebeden en lofprijzingen (Hallel).

Jaarlijkse feestdagen

Tisjri (תשרי)

  • Rosj Hasjana (ראש השנה, 1–2 Tisjri) – Joods Nieuwjaar, het begin van de Joodse kalender, met sjofarblazen, gebeden en het eten van appels met honing voor een zoet nieuw jaar.
  • Jom Kipoer (יום כיפור, 10 Tisjri) – Grote Verzoendag, een dag van vasten, gebed en boetedoening om verlossing te verkrijgen.
  • Soekot (סוכות, 15–21 Tisjri) – Het Loofhuttenfeest: zeven dagen in een soeka wonen, ter herdenking van HaSjems bescherming tijdens de woestijnreis.
  • Sjmini Atseret (שמיני עצרת, 22 Tisjri) – De achtste dag na Soekot, een apart feest in Israël.
  • Simchat Tora (שמחת תורה, 23 Tisjri / in Israël 22 Tisjri) – Feest van de vreugde van de Tora: dansen met de Tora-rollen en afronden van de jaarlijkse leescyclus.

Kislev–Tevet (כסלו–טבת)

  • Chanuka (חנוכה, 25 Kislev–2/3 Tevet) – Het Lichteenfeest: acht dagen kaarsen aansteken ter herdenking van de herinwijding van de Tempel.
  • Asara BeTevet (עשרה בטבת, 10 Tevet) – Vastendag ter herdenking van het begin van het beleg van Jeruzalem door Nebukadnezar.

Sjvat (שבט)

  • Toe Biesjvat (ט”ו בשבט, 15 Sjvat) – Nieuwjaar voor de bomen: eten van vruchten uit Israël en bomen planten.

Adar (אדר)

  • Ta’anit Esther (תענית אסתר, 13 Adar) – Vastendag ter herdenking van Esters vasten voor haar ontmoeting met koning Achasveros.
  • Poerim (פורים, 14 Adar / 15 Adar in ommuurde steden: Sjoesjan Poerim) – Feest van de Loten: voorlezen van de Megilla, verkleding, feestmalen en matanot la’evjonim (geschenken aan behoeftigen).

Nisan (ניסן)

  • Pesach (פסח, 15–22 Nisan) – Achtdaags feest (in Israël zeven dagen) ter herdenking van de Uittocht uit Egypte: seders, matses en het vertellen van de Haggada.
  • Sefirat HaOmer (ספירת העומר, 16 Nisan–5 Sivan) – 49 dagen tellen tussen Pesach en Sjavoe’ot, een periode van spirituele voorbereiding.

Ijar–Sivan (אייר–סיוון)

  • Lag BaOmer (ל”ג בעומר, 18 Ijar) – 33e dag van de Omer: vuren, dansen en vieringen, vooral in Israël, ter herdenking van Rabbi Sjimon bar Jochai.
  • Sjavoe’ot (שבועות, 6–7 Sivan) – Wekenfeest: herdenking van het ontvangen van de Tora op de Sinaï, met melkproducten en Tora-studie.

Tamoez–Av (תמוז–אב)

  • Tzoem Tamoez (צום תמוז, 17 Tamoez) – Vastendag ter herdenking van de doorbraak van de muren van Jeruzalem.
  • De Negen Dagen (תשעה ימים, 1–9 Av) – Periode van rouw voorafgaand aan Tisja BeAv, met extra restricties.
  • Tisja BeAv (תשעה באב, 9 Av) – Vastendag ter herdenking van de verwoesting van de Beide Tempels en andere nationale rampen.

Elul (אלול)

  • Elul (אלול, hele maand) – Maand van teshuva (berouw): sjofar blazen elke ochtend (behalve op Sjabbat en de dag voor Rosj Hasjana).