Inhalt
Drie dingen als voorproef van de komende wereld
Drie dingen zijn, in het klein, een voorproef van de Olam Haba – de komende wereld: de Sjabbat, het zonlicht en de seksuele vereniging. Zo stelt de Talmoed in Berachot 57b. Al aan het begin wordt daarmee duidelijk dat seksualiteit wordt begrepen als iets aangenaams, goeds – ja zelfs iets heiligs. Omdat het jodendom alle aspecten van het leven omvat, kent het niet alleen een ethische benadering van seksualiteit, maar wordt deze ook omgeven door een verfijnd geheel van richtlijnen en voorschriften. Zoals zoveel goede dingen in het leven is seksualiteit binnen het jodendom niet iets negatiefs, maar juist iets waardevols. Het citaat uit de Talmoed laat dat al vermoeden. Vergelijkbaar is het met eten: dit wordt niet gereduceerd tot louter voeding, maar kan worden verheven tot iets hogers – zij het binnen duidelijke kaders. Daarvoor bestaat de kasjroet, die de voedselconsumptie reguleert en van een natuurlijke handeling een heilige maakt. De seksuele vereniging van man en vrouw dient niet alleen de voortplanting – al speelt die uiteraard een rol. “Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u” (Genesis 1:28) is immers de eerste mitswa in de Tora. Maar het gaat verder dan dat: de Tora verplicht de man zelfs om zijn vrouw seksueel te vervullen (Ketubot 61b) en haar in dit opzicht volledig ter beschikking te staan. Zelfs de frequentie van deze verplichting wordt geregeld. In de Misjna (Ketubot 5:6) staat: “De tijden van de huwelijkse verplichtingen uit de Tora zijn: voor onafhankelijken dagelijks, voor arbeiders tweemaal per week, voor ezeldrijvers eenmaal per week, voor kamelendrijvers eenmaal per dertig dagen en voor zeelieden eenmaal per zes maanden – aldus de mening van rabbi Eliezer.” De vrouw kan op haar beurt het verlangen van de man weigeren, en de man is gehouden haar wens te respecteren. Tegelijk heeft ook de man recht op intimiteit – maar dit kan nooit met dwang worden afgedwongen, slechts indirect via juridische consequenties binnen het huwelijksrecht (Misjna Ketubot 5:7).
De Sjabbat en intimiteit
De Sjabbat, en meer specifiek de vrijdagavond, wordt traditioneel gezien als een bijzonder geschikt moment voor lichamelijke nabijheid. Men kan zelfs zeggen dat het een mitswa is om op die avond seksuele gemeenschap te hebben. In de Sjoelchan Aroech van rabbijn Josef Karo (Orach Chajiem 280:1) wordt de echtelijke omgang gerekend tot de vreugde van Sjabbat. Mogelijk sluit dit aan bij Maimonides (de Rambam), die hetzelfde benadrukt. Symbolisch kan men hierin ook de vereniging zien van koningin Sjabbat met het volk Israël — een spirituele dimensie die in het concrete leven gestalte krijgt.
Misvattingen en werkelijkheid
Er bestaat een hardnekkige mythe dat er joodse groepen zouden zijn die gemeenschap hebben via een opening in een doek. Deze voorstelling is onjuist; dergelijke praktijken bestaan niet. In werkelijkheid zijn er relatief weinig beperkingen wat betreft de concrete vormen van seksuele intimiteit. Het verdient de voorkeur dat man en vrouw elkaar kunnen aankijken, maar dit is geen absolute verplichting. Variatie in houding is toegestaan. Maimonides schrijft in Hilchot Isurej Bi’ah (23:9) dat een man elke wijze van lichamelijke nabijheid met zijn vrouw mag ervaren, mits er geen zaad wordt “verspild”. Ook latere halachische werken, zoals de Tur van Ja’akow ben Asjer, staan bepaalde varianten toe (Ewen HaEzer 25), evenals andere bronnen met betrekking tot orale intimiteit. Daarbij blijft steeds de voorwaarde bestaan dat het zaad niet buiten het lichaam van de vrouw wordt afgegeven.
Grenzen en heiligheid
Om deze “kasjroet van de seksualiteit” te begrijpen, is het belangrijk de onderliggende principes te kennen. Duidelijk verboden zijn onder meer overspel, incest en bepaalde andere vormen van verboden relaties. Vaak rijst ook de vraag naar seksualiteit vóór het huwelijk. Om die te beantwoorden, moeten we eerst een ander belangrijk principe begrijpen.
Niddah en de reinheid van het gezin
Seksuele gemeenschap is verboden tijdens de menstruatie (Leviticus 18:19; 20:18). De Tora spreekt van een periode waarin de vrouw tamee is. Dit begrip wordt vaak met “onrein” vertaald, maar betekent niet “vuil”. Het duidt eerder op een bijzondere toestand waarin iets aan de menselijke beschikking is onttrokken en tot het domein van het goddelijke behoort. De rabbijnen hebben dit verbod uitgebreid tot elke vorm van lichamelijk contact, tot zeven dagen na het einde van de bloeding en de onderdompeling in de mikwe. Deze toestand heet niddah. De bijbehorende wetten worden samengevat onder taharat ha-misjpacha – de reinheid van het gezin. De status van tamee hangt vaak samen met de grenzen van het leven zelf: geboorte, menstruatie en dood. Dit onderstreept dat het ontstaan en het einde van leven tot het domein van het goddelijke behoren en niet volledig door de mens kunnen worden beheerst.
De mikwe en spirituele vernieuwing
De periode van niddah eindigt met de onderdompeling in de mikwe, een ritueel bad met “levend water”, zoals regen- of grondwater. Deze onderdompeling is geen lichamelijke reiniging – die is juist een voorwaarde – maar een spirituele.
En hoe zit het met seks vóór het huwelijk?
Hoewel seksualiteit vóór het huwelijk niet expliciet overal als verboden wordt geformuleerd, is zij in de praktijk problematisch. Zoals we hebben gezien, is gemeenschap met een vrouw in de status van niddah niet toegestaan. Wanneer zij zich niet in deze status bevindt, gelden in principe de eerder beschreven mogelijkheden voor een vrije en respectvolle beleving van seksualiteit — binnen de bredere ethische en spirituele kaders van de halacha.
